Erfenissen zijn een deel van het leven. God geeft ons duidelijke instructies in de Koran. In de Koran staat namelijk uitgebreid toegelicht hoe je jouw bezittingen en geld moet verdelen aan de erfgenamen. Dit zijn de verzen uit de Koran met betrekking tot erfenissen: 2:180-182, 2:240-242, 4:7-9, 4:11-13, 4:19, 4:33, 4:176, 5:106-108.
Is rijkdom per se een zegen?
Veel mensen denken dat het een zegen van God is indien je een zeer oude leeftijd bereikt. Deze mensen denken dat ze door God gezegend zijn. Dit is niet per se zo, het hangt ervan af hoe je jouw leven gespendeerd hebt.
Er zijn ook mensen die geloven dat hun rijkdom een zegen van God is. Dat is zo, indien je jouw rijkdom op het pad van God spendeert. Als je jouw hele leven in rijkdom, weelde en ongeloof doorgebracht hebt en op die manier sterft, is dit geen zegen. Jouw rijkdom was een middel tot ontkenning. Jouw rijkdom was een onderdeel van jouw test in dit leven en je faalde.
Is een erfenis afstaan nobel?
Persoonlijk vind ik een erfenis afstaan niet nobel of altruïstisch. Sta me toe dit toe te lichten. Mensen besluiten om een testament op te stellen wanneer ze een zeer oude leeftijd bereikt hebben of wanneer ze te horen gekregen hebben dat ze terminaal ziek zijn. Een erfenis afstaan is dus een rationele keuze, geen nobele daad.
Ik heb nog nooit een gezond persoon gezien die zijn erfenis afstaat aan zijn nakomelingen. ‘Maar die persoon heeft het geld dan nog zelf nodig!’ zullen velen dan antwoordden. Dat is dan ook precies mijn punt. Er is niets nobels aan het afgeven van geld wanneer je er zelf geen baat meer aan hebt.
Zelfs bij het afstaan van een erfenis, houdt de persoon vast aan deze erfenis tot zijn laatste adem is uitgeblazen. Wanneer de persoon gestorven is en zijn lichaam koud is geworden, dan wordt de erfenis vrijgegeven aan de erfgenamen. De gestorven persoon heeft dus heel zijn leven vastgehouden aan zijn bezittingen, tot en met het moment dat hij deze fysieke wereld verliet.
Elke mens arriveert zonder bezittingen op deze wereld en zal deze wereld eveneens verlaten zonder bezittingen. Iedereen weet heel goed dat je geen materiële zaken kan meenemen naar het volgende leven. Stel je voor dat de mens wel de optie zou krijgen om zijn materiële zaken mee te nemen naar het volgende leven. Ik ben er rotsvast van overtuigd dat zowat alle ongelovige mensen ervoor zouden kiezen om hun bezittingen mee te nemen na hun dood en deze niet na te laten aan hun kinderen of andere erfgenamen.
Koranverzen over mensen die geld ophopen (The Qur’an A Complete Revelation – Sam Gerrans)*
Degenen die de waarschuwing negeren: hun rijkdom en hun kinderen zullen hen niets baten tegen God; en zij zijn het die de brandstof van het Vuur zijn, (3:10)
Aantrekkelijk gemaakt voor mannen is de liefde voor lusten – voor vrouwen en zonen, en vergaarde fortuinen aan goud en zilver, en gebrandmerkte paarden, en vee, en akkerland: dat is de voorziening voor het leven van deze wereld – maar God is met Hem het einde van de beste reis.
Zeg: “Zal ik je iets beters vertellen? Voor degenen die in voorzichtige angst verkeren, zijn er bij hun Heer tuinen waar rivieren doorheen stromen, zij verblijven er eeuwig in, en gezuiverde echtgenoten en goedkeuring van God”; en God ziet de dienaren, (3:14-15)
Degenen die de waarschuwing negeren: noch hun rijkdom, noch hun kinderen zullen hen iets tegen God baten. En dat zijn de metgezellen van het Vuur; daarin verblijven zij eeuwig. (3:116)
En als je wordt gedood of sterft voor de zaak van God, zijn vergeving van God en barmhartigheid beter dan wat ze ophopen. (3:157)
Degenen die waarschuwingen negeren, besteden hun rijkdom aan het zich afkeren van het pad van God. Zo zullen zij het ook uitgeven; dan zal het een verdriet voor hen worden; dan zullen zij worden verslagen, en degenen die de waarschuwing negeren, zullen worden verzameld in Gehenna,
Dat God het slechte van het goede zou kunnen scheiden. En de kwaden zal Hij op elkaar plaatsen, alles op een hoop gooien en in Gehenna plaatsen; zij zijn de verliezers. (8:36-37)
En degenen die goud en zilver vergaren en het niet uitgeven voor de zaak van God: geef hun tijding van een pijnlijke straf: Op de dag dat het (wat ze opgehoopt hebben) zal worden verwarmd in het vuur van Gehenna, zal daarmee hun voorhoofd, hun zijkanten en hun rug worden gebrandmerkt: “Dit is wat jullie voor jullie zielen hebben verzameld; proef dus wat jullie plachten op te potten!” (9:34-35)
Zeg: “Over de milddadigheid van God en over Zijn genade: –” Laat hen daarover juichen; het is beter dan wat zij ophopen. (10:58)
Zijn zij het die de genade van jouw Heer verspreiden? Wij hebben hun levensonderhoud in het leven van deze wereld onder hen verdeeld en sommigen van hen in graad boven anderen verheven, zodat sommigen van hen anderen in dienst zouden kunnen nemen; maar de genade van jouw Heer is beter dan wat zij ophopen.
En ware het niet dat de mensheid één gemeenschap zou zijn, dan zouden Wij voor hem die de Almachtige ontkent – voor hun huizen – zilveren daken hebben aangewezen, en trappen waarlangs men kan klimmen.
En voor hun huizen deuren en rustbanken waarop zij zich neervlijen.
En versieringen van goud. Maar dat is allemaal slechts het genieten van het leven in deze wereld; en het Hiernamaals bij jouw Heer is voor degenen die verstandig vrezen.
En hij die blind is voor de herinnering aan de Almachtige, Wij wijzen hem een satan toe en hij is voor hem een metgezel. (43:32-36)
Wee iedere lasteraar, foutenzoeker,
Die rijkdom vergaarde en deze telde
Denkend dat zijn rijkdom hem onsterfelijk maakte!
Nee, inderdaad! Hij zal in de Vernietiger worden geworpen.
En wat zal jou duidelijk maken wat de Vernietiger is?
Het Vuur van God aangestoken
Dat op de harten zal neerkijken.
Het zal voor hen zijn dat ze worden omhuld
In verlengde pilaren. (104:1-9)
Is rijkdom inherent slecht?
Ik heb niets tegen rijkdom. Koning David was een nederige dienaar van God. God had hem rijkelijk voorzien en David was God hier dankbaar voor. Rijkdom op zich is geen zonde. Gierigheid, hoogmoed, ijdelheid, hebzucht en gulzigheid zijn wel zondes. Het ophopen van geld en hieraan vasthouden tot de dood jou overvalt, is wel een zonde.
God zegt ons ook dat we niet jaloers moeten zijn op wat andere mensen hebben van rijkdom en weelde.
En begeer niet datgene waarin God sommigen van u boven anderen heeft bevoordeeld. Voor mannen is dat een deel van wat ze hebben verdiend, en voor vrouwen is dat een deel van wat ze hebben verdiend. En vraag God naar Zijn milddadigheid; God is de kenner van alle dingen. (4:32)
Strek jouw ogen niet uit naar de vreugden die Wij aan hen hebben toegekend, en treur niet over hen (maar laat jouw vleugels zakken naar de gelovigen, (15:88)
En maak jouw ziel geduldig met degenen die ’s morgens en ’s avonds hun Heer aanroepen en Zijn aangezicht zoeken. En wend jouw ogen niet af van hen omdat jij de versierselen van het wereldse leven wenst; en gehoorzaam niet hem wiens hart Wij achteloos hebben gemaakt van Onze gedachtenis en zijn ijdele verlangen volgt en wiens zaak in verwaarlozing is. (18:28)
En richt jouw ogen niet op datgene waarvan Wij sommigen onder hen hebben laten genieten – de bloem van het leven van deze wereld – zodat Wij hen daarin zouden kunnen onderwerpen aan middelen van ontkenning; en de voorziening van jouw Heer is beter en duurzamer. (20:131)
Ik ben zeker niet jaloers op rijke mensen. Zelf heb ik beide kanten al meegemaakt. Er was een moment in mijn leven dat ik meer dan genoeg geld had. Op een ander moment in mijn leven kwam ik amper rond met het geld dat ik had. Wanneer je arm bent, zit de uitdaging erin om om geduldig te blijven in jouw situatie, jouw best te doen en te vertrouwen op God. Wanneer je rijk bent, zit de uitdaging erin om met jouw geld anderen te helpen die minderbedeeld zijn en niet gierig te zijn. Zowel armoede als rijkdom is een test van God.
De meeste mensen die rijk zijn in onze tijd, hebben hun rijkdom verworven door middel van rente. Vanuit de Koran weten we dat rente een verschrikkelijke zonde is. Je kan hierover meer lezen in dit artikel: https://wp.me/pfYxUS-1L
Koranverzen over mensen die geld spenderen voor de zaak van God
Degenen die in het Onzichtbare geloven en de plicht hooghouden, en van wat Wij hen hebben gegeven, besteden zij; (2:3)
En Wij zullen je beproeven met iets van angst en honger, en verlies van rijkdom, levens en vruchten; maar breng blijde tijdingen aan de geduldigen:
Die, wanneer hen een ramp overkomt, zeggen: “Wij behoren God toe, en naar Hem keren wij terug.” (2:155-156)
En geef geld uit voor de zaak van God, en geef uzelf niet over aan de vernietiging. En doe goed; God houdt van degenen die het goede doen. (2:195)
Ze vragen je wat ze moeten uitgeven. Zeg: “Wat je ook aan goeds uitgeeft voor ouders en familieleden, en voor de wezen, en voor de behoeftigen, en voor de reiziger, […]. En wat je ook aan goeds doet, God weet het.” (2:215)
O jullie die acht slaan op de waarschuwing: geef uit wat Wij jullie hebben gegeven voordat er een dag komt waarop noch handel, noch vriendschap, noch voorbede is; en de valse claimers van leiding: zij zijn de overtreders. (2:254)
De gelijkenis van degenen die hun rijkdom uitgeven voor de zaak van God is als de gelijkenis van een graankorrel die zeven aren voortbrengt, in elke aar honderd granen. En God vermenigvuldigt voor wie Hij wil, en God is alomvattend en alwetend.
Degenen die hun rijkdom uitgeven voor de zaak van God en vervolgens niet volgen wat ze hebben uitgegeven met neerbuigendheid of belemmering; zij hebben hun beloning bij hun Heer; en er zal geen angst over hen zijn, noch zullen zij treuren. (2:261-262)
O jij die acht slaat op waarschuwingen: maak je liefdadigheid niet ijdel door neerbuigendheid en hindernis, zoals iemand die zijn rijkdom uitgeeft om door de mensen gezien te worden en niet in God en de Laatste Dag gelooft. En zijn gelijkenis is als de gelijkenis van een rots waarop stof ligt: een stortbui viel erop en liet hem kaal achter; ze bezitten niets van wat ze hebben verdiend; en God leidt de valse claimers van leiding niet.
En de gelijkenis van degenen die hun rijkdom uitgeven om het genoegen van God te zoeken en als bevestiging van hun ziel, is als de gelijkenis van een tuin op hoge grond: er viel een stortbui op en het bracht dubbele vrucht voort; en als er geen stortbui op valt, dan fijne regen; en God ziet wat je doet. (2:264-265)
(Niet op jou rust hun leiding; maar God leidt wie Hij wil.) En wat je aan het goede uitgeeft, is voor jouzelf. En geef niets uit, behalve door het aangezicht van God te zoeken (en wat je aan het goede uitgeeft, zal volledig aan jou worden betaald; en er zal jou geen onrecht worden aangedaan)
Over de armen die beperkt zijn in de zaak van God en niet in staat zijn een weg te vinden op aarde: de onwetenden beschouwen hen als vrij van nood vanwege hun terughoudendheid. Je zult ze herkennen aan hun merkteken: ze vragen niet opdringerig aan mensen. En wat u aan het goede uitgeeft, God weet het.
Degenen die hun rijkdom ’s nachts en overdag uitgeven, in het geheim en openlijk: zij hebben hun beloning bij hun Heer; en er zal geen angst over hen zijn, noch zullen zij treuren. (2:272-274)
De geduldigen, de oprechten, de nederig gehoorzamen, degenen die geld uitgeven en de zoekers naar vergeving bij zonsopgang. (3:17)
Je bereikt pas deugd als je besteedt wat je liefhebt; en wat je ook uitgeeft, God weet het. (3:92)
En die geduldig het aangezicht van hun Heer zoeken en de plicht hooghouden en uitgeven van wat Wij hen hebben gegeven, in het geheim en openlijk, en zij het kwade met het goede afwenden: zij hebben de goede uiteindelijke verblijfplaats:
Tuinen van eeuwige verblijfplaats die zij betreden, en wie rechtvaardig was onder hun vaderen, en hun vrouwen, en hun nakomelingen. En de engelen zullen vanuit elke poort op hen binnenkomen:
“Vrede zij met jou, omdat je geduldig was!” En uitstekend is de laatste verblijfplaats. (13:22-24)
Zeg tegen Mijn dienaren die acht slaan op de waarschuwingen dat zij de plicht nakomen en uitgeven van wat Wij hen hebben gegeven, in het geheim en openlijk, voordat er een dag komt waarop er geen onderhandeling of vriendschap is. (14:31)
Wiens harten bang zijn als God wordt herdacht, en degenen die geduldig zijn over wat hen overkomt, en die de plicht nakomen, en van wat Wij hen hebben gegeven, geven zij uit. (22:35)
En die, als ze geld uitgeven, noch extravagant noch gierig zijn; – en er is een plek ertussenin – (25:67)
Degenen die de Schrift van God reciteren en de plicht hooghouden en uitgeven van wat Wij hen hebben gegeven, in het geheim en openlijk, verwachten een handel dat niet verloren gaat.
Dat Hij hun beloningen volledig zal betalen en ze uit Zijn milddadigheid zal vermeerderen; Hij is vergevingsgezind en waarderend. (35:29-30)
Hier zijn jullie, opgeroepen om geld uit te geven voor de zaak van God, en onder jullie bevindt zich dan hij die gierig is; en wie gierig is, die is slechts gierig tegen zijn ziel. En God is de Behoefteloze, en jullie zijn arm. En als jullie zich afwenden, zal Hij jullie vervangen door een ander volk dan jullie; waarna zij niet als jullie zijn. (47:38)
Besluit
Het geld dat je, tijdens jouw leven, uitgeeft uit angst voor God is veel waardiger dan het geld dat je uitgeeft uit angst voor de dood.
* De Qur’an is door God in het Arabisch geopenbaard. Sam Gerrans heeft deze Arabische tekst naar het Engels vertaald. Ik neem de Engelse vertaling en zet die om naar het Nederlands voor de lezers die niet zo goed Engels begrijpen. Het is belangrijk om te beseffen dat er misschien nuances verloren zijn gegaan door al die vertalingen. Deze verantwoordelijkheid ligt helemaal bij mij en dat doet niets af aan de Koran.
